vrijdag 19 juni 2009

Gedicht van 190609

Zijn ogen staren in het donker,
geen tuin is prachtiger dan de zijne,
zijn woorden hangen heersend boven zijn gezin,
geen bloem mag mooier bloeien dan de zijne.
Voorzichtig verliest hij zijn dochter,
laat haar wegvaren in het schuitje over de oceaan.
Het steeds veranderend beeld
van lente naar zomer, van herfst naar winter,
zijn billen plat gedrukt op de harde stoel.
Hij blijft staren, voelt geen afkeer,
hij laat haar los verteld hij zichzelf,
zij rukt zich los word haar verteld,
geen van dit alles hoort waarheid te zijn.

Zij heeft hem vermoord,
wetend wat hem het meest pijnigen zou,
alwetend heersend over zijn zwakke plekken,
schreeuwend breekt zij zijn hart.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Canada

Canada